Clasina Adriaanse Jansen
- 66 jaar
- Vrouw
- Geboortedatum Jan 22, 1918
- Sterfdatum Nov 10, 1984
- Amsterdam, Netherlands
Over
Biografie Clasina Adriaanse-Jansen
De tweeling Alie en Sientje Jansen werd op 22 januari 1918 als nakomertjes geboren in de 2e looiersdwarsstraat te Amsterdam, midden in de Jordaan. Hun vader was Jan Jansen en was ’s zomers ijsman en ’s winters handelaar in Antiek en tweedehands spullen. Haar moeder was Christina Ox en zij was huisvrouw. Haar ouders kregen elf kinderen! Zes zonen en vijf dochters. Op zeven jarige leeftijd verloor de tweeling hun moeder. Dit was natuurlijk vreselijk, maar gelukkig hadden zij oudere broers en zusters die voor hen konden zorgen. Vooral hun zus Greet en broer Freek hebben vele taken op zich genomen. Gelukkig was er eten genoeg, aan tafel kregen ze de beste etenswaren. Er schoven ook altijd vriendjes en vriendinnetjes bij hun aan tafel en er was volop.
De tweeling leek sprekend op elkaar. Als iemand een van beide tegen kwam noemde ze haar vaak: “Aliesientje”. Op school kreeg de tweeling verschillende gekleurde strikjes in hun haar om ze zo beter uit elkaar te halen. Hier hebben ze natuurlijk veel gebruik van gemaakt. Alie maakte graag schoon en kon erg mooi handwerken. Sientje kon helemaal niet goed handwerken en had er een hekel aan. Alie maakte voor Sientje op school haar handwerk af, ze hoefden alleen even hun strikjes te veranderen en niemand had iets door. Sientje was erg rustig, verstandig en kon goed regelen. Ook was zij goed in sport. Zwemmen kon zij als de beste, de zwemclub wilde haar omdat ze zo snel was graag hebben. Het was alleen jammer dat haar vader de contributie voor de zwemclub niet wilde betalen.
De tweeling was altijd hartelijk en gastvrij. Ze hielden ook erg van lezen. Als kind speelde de tweeling vaak op de Zeedijk, hun broer Freek had daar een cafe. Daar kwamen ze als kind ook Zeger Marinus Adriaanse (Rinus)tegen. Het jongentje zou later trouwen met Sientje. Mijn moeder en haar zusje hadden veel vriendjes en vriendinnetjes. Ze speelden veel op straat en gingen met hun broers en zusters kamperen op Bakkum. Het beste vriendinnetje van Sientje was Grada Sligte. Grada is later getrouwd met de beste vriend (Manus Stapper) van Rinus. Sientje deed in haar tienerjaren het huishouden thuis, Alie ging helpen in de huishouding van anderen, maar ze heeft ook een tijdje bij Verkade gewerkt. Als het mooi weer was gingen ze vaak zwemmen bij de Krijtmolen in Amsterdam-Noord. Op een mooie zomerdag kreeg Sientje verkering met Rinus. Alie had verkering met Cor Baerts. Het was een hele gezellige tijd voor de tweeling. Ze gingen kamperen op Bakkum en Ermelo en er waren altijd veel vrienden en familie mee!
Op 1 november 1939 trouwde Sientje en Rinus. Ze gingen wonen op de Elandsgracht, waar op 22 augustus 1940 hun zoon Zeger Marinus werd geboren, al vrij snel verhuisden ze naar Noord. De Malvastraat vlakbij het voetbalveld van de Volewijckers en de Fokker fabrieken. Er vielen veel bommen tijdens de oorlog, mijn moeder en mijn broertje zijn ook eens gevlucht. De bombardementen waren toen vreselijk, ze kwamen toen bij boeren in Ransdorp terecht. Mijn vader heeft toen drie dagen naar ze lopen zoeken. Gelukkig hebben ze in de oorlog niet zo veel honger gehad, de familie Adriaanse was heel vindingrijk.
Na de oorlog had mijn moeder zo veel heimwee naar de Jordaan, dat ze weer terug zijn verhuist naar de Westerstraat. Daar werd ik op 15 februari 1949, hun dochter Lidy geboren. Mijn broer en ik hadden een mooie jeugd, werden erg verwend. Mijn vader was bankwerker, werkte als leermeester op een scheepsbouw en werd later zelfstandige. Hij had soms veel personeel, verdiende veel, maar was niet erg zakelijk, deelde het geld zo weer uit aan mensen die het nodig hadden. Mijn moeder werkte als koffiejuffrouw en werkster soms in vaste dienst, maar ook vaak als oproepbaar om nieuwe kantoren of kerken grondig schoon te maken. Dat deden ze met wel een stuk of 10 vrouwen. Mijn moeder vond het altijd wel prettig om wat extra te verdienen, maar er waren ook vrouwen bij, die eigenlijk alleen voor de gezelligheid mee gingen om te werken. Want er werd tijdens die werkzaamheden zo vreselijk gelachen. Het voelde echt als een dagje uit. Er werden hele toneel voorstellingen opgevoerd om van de koster een ijsje los te krijgen! Mijn moeder had hele fijne contacten met familie vrienden en buren. Ze was erg gezien, hielp waar ze kon helpen.
Haar grootste hobby was lezen. In de Jordaan waren een paar particuliere bibliotheekjes, bij verschillende was zij vaste klant. Als een boek haar pakte bleef ze soms de hele nacht door lezen. Mijn vader heeft wel eens de stop van de energie kast eruit getrokken, anders bleef ze doorgaan. Mijn ouders hielden erg van reizen, vooral mijn vader, voor de oorlog gingen ze al samen op de fiets naar België. Na de oorlog hadden we al vrij snel een auto, waar we heel Europa door reden. Vooral Italië en Spanje en op latere leeftijd ’s winters overwinteren in Spanje maar ook met het vliegtuig naar Griekenland, Turkije en Marokko.
In 1964 verhuisde wij weer naar Noord, in de Alkmaarstraat hadden we een hele grote lichte flat. Met veel glas en een prachtig uitzicht op park met water. Gelukkig kwam haar tweelingzus pal bij haar om de hoek wonen, met haar in de buurt had ze al minder heimwee naar de Jordaan.
Mijn moeder heeft in die tijd nog geprobeerd autorijles te nemen, maar dat was niets voor haar. Als ze op een kruispunt stond, was ze zo bang dat ze haar ogen dicht deed. Op Schellingwoude hadden ze van 1965 tot 1984 een tuinhuis, daar genoten ze geweldig van. Ze kregen daar veel vrienden en mijn moeder had zo gezegd “groene vingers”, ze wist alle namen van alle planten.
In 1967 werd Margo hun eerste kleindochter geboren. In 1970 een kleinzoon Frank en in 1978 nog een kleindochter Rosaly. De kleinkinderen kwamen graag bij hun opa en oma. Ze werden door hen dan ook erg verwend.
Mijn vader vond het heerlijk in Noord, maar toen Alie weer terug naar de Jordaan ging is mijn moeder niet lang daarna (in 1978) ook weer teruggekeerd. Nu kwamen ze in de Elandsstraat wonen, lekker een praatje maken op straat. Ze ging ook graag met haar vriendin Annie Wiegman naar een clubje op de Lindegracht, waar ze gingen kaarten en dagjes uit.
De gezondheid van mijn moeder was niet al te best. Ze had last van haar gal, maagzweer en hernia, maar daar merkten wij weinig van. Ze bleef maar doorgaan. Ze kreeg steeds meer klachten en op 66 jarige leeftijd werd er botkanker geconstateerd met uitzaaiingen naar haar longen. Haar huisarts Dokter Promes gevestigd op de Elandsgracht heeft haar met alle liefde begeleid, ze heeft van hem zoveel steun gekregen, dat ze thuis kon sterven en dat geschiedde op 10 november 1984.
Geschreven door: Lidy