Jan van Norden
- 64 jaar
- Man
- Geboortedatum Feb 24, 1945
- Sterfdatum Apr 08, 2009
- Haarlem, Netherlands
Over
Troost
Geschreven en gesproken door Ria Meegdes
Vrienden en bekenden van onze broer. Familie, Ada, Karin en Leon we moeten nu definitief afscheid nemen en dat valt zwaar. We hebben nu geen broer meer. Geen Pam, de naam die wij – zijn 9 zusjes – zo gewend zijn te gebruiken.
Tessa en Rowin, … opa is dood hè, en voor jullie is er nu geen opa meer. Maar ik weet dat opa mooie dingen voor jullie heeft gemaakt, zoals bijvoorbeeld dat mooie keukentje. En als Rowin wat groter is, en jullie samen met dat keukentje spelen dan denk je Oh ja dat heeft opa gemaakt en dan denk weer aan hem. Dat keukentje is dan een herinnering.
Wat voor de kinderen geldt, is ook voor ons - volwassenen - van toepassing.
Herinneringen en vooral het met elkaar delen van herinneringen maakt dat we het verlies beter kunnen dragen. En herinneringen hebben we de afgelopen tijd veel opgehaald. Met elkaar – een paar weken geleden nog - bij de foto’s en brieven van Mamma. Maar ook met Pam in het ziekenhuis en de laatste dagen thuis
en onvermijdelijk met een lach en een traan.
Zo blijft in onze herinnering steevast de opmerking die we kregen als mensen hoorden dat Pam de enige jongen was in een gezin van 10 kinderen “Oh dan zal hij het wel zwaar hebben gehad met al die vrouwen”. Nou , we hebben hem daarover nooit horen klagen. Ook niet als hij zijn wekelijkse klusje deed. Zoals wij allemaal een kleine bijdrage in het huishouden hadden, had Pam op zaterdag de taak van het poetsen van de schoenen . En dat in een gezin met 12 mensen! Niet zeuren, maar doorwerken; dan is de klus snel geklaard. Misschien lag hier de basis voor het mooie werk dat hij heeft geleverd bij het opknappen van het huis. Met grote precisie en doorzettingsvermogen heeft hij het gepresteerd de badkamer prachtig te verbouwen en de trap moest en zou af ook al voelde hij – door zijn ziekte - zijn krachten afnemen. Maar zijn wilskracht nam niet af …….. hij ging door.
En natuurlijk herinneren we ons zijn metamorfose - vele jaren op 5 december.
Juist zijn fijne grapjes – pedagogisch verantwoord hoor – maakten dat de kinderen nog liever werden en dat de ouderen nog meer genoten van dit kinderfeest. Louis en Lucas en wellicht nog andere Klazen onder de aanwezigen: ik wil jullie niet tekort doen hoor, maar Pam was de enige echte.
Herinneringen geven troost.
Zoals ook bloemen troost kunnen geven. Daarom geeft Margareth een troostbloemetje van ons aan jou Karin. En Ada wat een mooi idee van jou om een bloemstuk straks neer te leggen bij de graven van de ouders; ook dat geeft troost.
Muziek geeft ook vaak een gevoel van troost. In het ziekenhuis vertelde Pam me over de muziek Somewhere my love die hij vaak voor onze moeder op het orgel heeft gespeeld en dan voelde hij de sterke verbondenheid met zijn vader en moeder. Deze muziek en die herinnering gaf hém troost. Toen hij me over de keuze van de muziek voor nu vertelde, opperde ik dat hij vast en zeker ook iets van Roy Orbison had gekozen. Samen hadden we het over de aankoop van de singletje Pretty Women; hij zei toen - heel veel jaren geleden alweer - mijn pretty women is Ada. En nu in het ziekenhuis zei hij – fluisterde hij eigenlijk - zij is nog steeds mijn mooi meisje.
Speciaal voor jou Ada van jouw altijd liefhebbende man en onze geweldige broer daarom deze muziek. En herinneringen zullen we altijd met elkaar blijven delen, zo vaak en zoveel je maar wilt.


Mijn herinnering
Werner Jul 09, 2010
Het is een persoonlijk aan jou geschreven brief. Misschien een vreemde gedachte maar denk je dit ook zal kunnen lezen. Op de een of andere manier leef je voort onder ons.
Jij was al vroeg mijn ‘maatje’. In de winter van 1952 kwamen wij naast jullie op nummer 75 wonen. Wij waren toen in de leeftijd van 7 - 8 jaar.
Jij was mijn grootste jeugdvriend en met jou heb ik het meeste beleefd. Natuurlijk trok ik ook graag met je op, want al snel ontdekte ik dat jij een hele leuke en knappe oudste zus had. Als ik jou riep, hoopte ik van haar een glimp te zien. Uiteraard hoopte ik dat ze ook nog even naar buiten kwam.
In de avondschemering stonden wij dan vaak in de deuropening van jullie huis als er buiten niets meer te doen was. Tinie kwam er ook wel eens bij staan.
E was niet veel anders te doen want televisie was er nog niet. En het was nog te vroeg om naar bed. Er werd niet zoveel gepraat, maar toch herinner ik mij dat als gezellige en fijne momenten. Jij wist dat ik erg verkikkerd op jouw zus en was zo aardig om mij een foto uit het familiealbum te geven. Dat was in 1960. Ik weet dat zo goed omdat ik achterop de foto de olympische ringen had getekend. Want in dat jaar waren de spelen in Rome (Italië).
Ik herinner mij dat we naar de indianenfilm ‘De Gele Tomahawk’ mochten.
Jij, Tinie en mogelijk nog een paar zusjes waren mee Het was in bioscoop ‘Roxy‘ in de Kleine Houtstraat. We zaten ‘nekloge‘ op de goedkoopste plaatsen vooraan Jammer dat jij toen niet door had dat ik heel graag naast je weet wel wilde zitten. Ik was te bleu om dat te zeggen. Maar het zij je vergeven hoor, want het is allemaal nog goed gekomen (grapje).
Toen de televisie gepromoot werd, gingen we naar de winkel van Aarninkhof op de hoek van de Indischestraat/Spaarnhovenstraat. Wat was het bijzonder om op een scherm levende beelden te zien. Voor de etalage stonden veel buurtgenoten en een aantal had (klap)stoeltjes meegenomen. Ik kan mij nog het eerste toneelstuk herinneren dat ik heb gezien: ‘Repelsteeltje’. Prachtig!
Samen gingen we ook wel filmpjes kijken in een zaaltje van het ‘Leger des Heils’. Daar mocht je voor een dubbeltje naar binnen. Vaak werden er cowboyfilms gedraaid, maar ook andere zoals bijvoorbeeld ‘Rintintin’ (de herdershond). We schrokken ons rot als je op het projectiescherm een gat in de film gebrand zag worden. Dan leek het net het lokaaltje in brand stond. De film werd dan stil gezet en na wat plakwerk kon het feest weer doorgaan. Misschien was jij niet zo veel mee geweest, want een dubbeltje was toentertijd toch wel veel geld en zeker voor zo een groot gezin als dat van jullie (toen al acht kinderen). Tinie kan zich niet herinneren dat zij ooit mee is geweest.
De kermis op de Zaanenlaan had voor ons een grote aantrekkingskracht. We liepen daar samen heen of met nog wat vriendjes uit de straat. We hadden niet zo veel geld te besteden, maar we vonden het al heel leuk om alles te bekijken. Als de kermis werd afgebroken gingen we erheen om naar verloren kleingeld te zoeken. Misschien dat jij ook wel eens wat gevonden hebt, maar ik was een keer schatrijk. De houten vlonder was net weggehaald en ik zag een kwartje liggen! Wat een rijkdom. Wat je niet allemaal met zoveel geld kon doen. Bijvoorbeeld naar bakker de Bruin op de hoek van de Bantamstraat/Indischestraat waar je lekkere snoep kon kopen en dat zelfs voor een cent. Als je een karameltoffee nam, zat er in de verpakking wel eens een geluksbon en kreeg je bij inlevering nog een extra groot stuk!
In de straat hebben we veel gespeeld. De spelletjes die we deden zullen bij de jongeren niet bekend zijn. We speelden bijvoorbeeld putjesvoetbal, waarbij de rioolputjes aan de stoepkanten onze doelen waren. Dat kon toen nog omdat er nauwelijks auto’s in de straat stonden. Ik was daar redelijk behendig in, al zeg ik het zelf, maar jij was een hele lastige te bespelen tegenstander. Wat statisch met de bal, maar des te beter kon je jouw doel ‘het putje’ afschermen en ik kon jou niet verleiden om een stap opzij te doen.
En Pam weet je nog de andere spelletjes die we deden?
‘Pinkelen’ – deed je met een stukje hout, waarvan aan de uiteinden met een mes (een aantal van ons in de straat had wel een zakmes) gepunt waren. Dit stokje heette ‘pinkeltje’ en werd op een deksel van een put midden in de straat gelegd. We hadden dan een langere stok waarmee we een tik op een van de uiteinden gaven en als dit dan omhoog sprong, moest je daar met die stok tegen slaan.
‘Blikspuut’ – een blik werd op een bepaalde plaats gelegd. Wie aan de beurt was moest het blik bewaken en de anderen, die zich verstopt hadden, vinden. Als iemand ontdekt werd was die af. Degene die het eerste ‘af’ was, zou dan de volgende keer aan de beurt zijn. Bij het zoeken naar de anderen kon je niet constant bij het blik blijven en als dan iemand kans zag om het blik weg te gooien, verstopte iedereen zich weer opnieuw en moest je opnieuw beginnen. Totdat het blik op zijn plaats was teruggelegd had je tijd om je te verstoppen. Je moest dus proberen om het blik zo ver mogelijk de andere kant op te werpen.
Een ‘fietswiel’ zonder banden was ook leuk speelgoed. Het wiel draaiende houden door er hard achteraan te hollen en het wiel met een stokje de goede richting geven.
‘Beuken’ was onze specialiteit, hè Pam. Dat werd gedaan met een tol. Het liefst met een heleboel vriendjes. Als iemands tol bij het gooien niet direct tolde, was hij de pineut en moest de tol in een vak gelegd worden. Dat vak was met een krijtje op de stoep getekend. Dan gingen we beuken op die tol en wie deze uiteindelijk volledig uit het afgetekende vak kreeg scoorde een punt. Dan mocht degene van wie die tol was ook weer meedoen. Om mijn eigen tol wat ‘krachtiger’ te laten zijn, verving ik de punt van de tol door een bout en een moer. Dat maakte deze veel zwaarder en kon je wel eens met één worp de andere tol eruit krijgen. Helaas gebeurde ook wel eens dat de tol, waarop gebeukt werd, op een zwakke plek werd geraakt en deze door midden spleet.
‘Bommetjes’ gemaakt met een bout en een moer waaraan een touw was vastgemaakt. Je deed er kruit in van luciferstokjes, draaide de bout goed vast en slingerde dit de lucht in. Op de grond gekomen volgde dan een redelijke harde knal.
‘Pijltjes’ schieten. Daarvoor was nodig een pvc-buis. De pijltjes werden gedraaid van strookjes papier. Het beste waren strookjes van een weekblad, want dat papier was wat steviger. Heel leuk was het dan om deze in de rand van de dakgoot te mikken. Wie daarin de meeste pijltjes kreeg was de winnaar.
‘Schaatsen’ gingen we, zo gauw dat mogelijk was, op de slootjes van het weiland aan de Vondelweg. Je moest wel steeds goed opletten dat door het gemaal lucht onder het ijs was gekomen, want daar zakte je zo doorheen. Vaak gingen dan ook wel zusjes van jou mee.
‘Wielrennen’ met knopen was een vinding van mij. Bij mijn oma, waar ik vaak naartoe ging, speelde ik dat altijd in mijn eentje. Op een stuk karton had ik een parcours getekend. Oude knopen waren de wielrenners en elke renner/knoop had ik een naam van een bekende wielrenner gegeven. Dit spel had ik toen ook in de Bantamstraat geïntroduceerd. Je kreeg dan een gelijk aantal knopen wat een team moest voorstellen.Voor je eigen renners gooide je met een dobbelsteen om te bepalen hoeveel vakken deze dan vooruit mocht.
Net een echte wedstrijd. Ook speelden we dat met meerdere ‘coaches’tegelijk zoals Hans Valster, maar blijkbaar ook met Joop Zandstra. Deze oud-vriend van ons, die op ongeveer zijn 16e jaar met zijn familie naar Australië emigreerde, wist zich dit nog te herinneren. Hij zei dit toen hij een keer bij ons op visite was. Joop is al diverse malen bij ons geweest en ik correspondeer nog steeds met hem sinds hij vertrokken is.
In de straat bleven we ’s avonds zo lang mogelijk buiten spelen. Daarom moest je je thuis niet laten zien, maar wee als je naar de wc moest. Van Paul Kraan herinner ik mij dat hij nog wel eens erg nodig moest poepen en dan tegen de muur ging staan met zijn benen kruiselings over elkaar. Zo kon hij blijkbaar te drang een beetje onderdrukken. Verder waren ook vaak nog buiten Hans Valster en Piet van Oosten. Bert Gijsen ging helaas al midden jaren vijftig verhuizen naar de Harmenjansstraat waar zijn vader bij de gevangenis werkte. In het weekend of in de vakantie was er nog wel eens bij Nico Bleijswijk, die helemaal in IJmuiden woonde, maar dan bij zijn oma logeerde. Hij deed ook mee met hardloopwedstrijden, maar daarover later meer.
Ook heel gezellig was het bij de familie Daniëls, die midden jaren 50 in de straat zijn komen wonen. Ger en Ton speelden niet met ons buiten, want wij en zij waren inmiddels al wat ouder geworden. Bij hen thuis werden kaartspellen gespeeld, waarbij ook hun ouders meededen. Ger is later een bekende schilder geworden, die in zijn begintijd een aantal zusjes van jou heeft nagetekend.
Nu schiet mij wat te binnen toen wij nog heel jong waren. Wij waren ongeveer acht jaar toen jij een keer bij mij wilde slapen. Dat mocht en het zal best wel gezellig geweest zijn, alleen daarvan kan ik mij niets herinneren. Wel het gevolg. Want die leuke oudste zus van jou wilde dat toen ook en zelfs jouw vader heeft dat goed gevonden. Van dit laatste kan ik mij herinneren dat ik in mijn bed aan veel kon vertellen over het sterrenstelsel. We keken toen liggend naar buiten naar de sterren en ik wees haar b.v. op de ‘Grote Beer’ en de ’Kleine Beer’. Dat heeft op mij en zelfs Tinie indruk gemaakt, want ook zij weet dit nog te herinneren.
Blijkbaar had ik wel een beetje organisatietalent. Waar is dat gebleven ;-). Want ik organiseerde allerlei sportieve activiteiten. We gingen hardlopen en de tijd werd opgenomen met een polshorloge waarop een secondewijzer. Thuis heb ik nog een boekje liggen met alle behaalde resultaten ons en de vrienden uit de straat. Daarin staan de persoonlijke records aangetekend.
Hardlopen deden we om het PEN-gebouw, die er nu niet meer is. En de rondjes Bantamstraat-Spaarnhovenstraat en Bantamstraat-Djambistraat.
Ook wielrennen deden we. Dezelfde straatrondjes als hiervoor, maar ook de ronde van Spaarndam. Voor mezelf heb ik nog een heel bijzondere ervaring. Namelijk dat na het zien van een ‘echte’ wielerwedstrijd blijkbaar heel veel krachten in je los gemaakt kunnen worden. Zo was ik net terug van de wielerwedstrijd in Santpoort voor amateurs en had veel zin om zelf ook te fietsen. Joop Zandstra (de Aussi) ging mijn tijd opnemen en vertrok voor het rondje Bantamstraat-Spaarnhovenstraat. Toen ik straat weer in kwam vloog ruim voor de denkbeeldige eindstreep mijn ketting eraf en toch nog verbeterde ik mijn persoonlijk record. Heel bijzonder.
De ronde van Spaarndam was altijd het mooiste om te doen. We gingen ook wel tijdrijden waarbij we deze ronde alleen moesten rijden. Maar met z’n allen vertrekken en rijden in een soort peloton was het leukste. De sterksten waren altijd Paul Kraan en ik. We gingen er op het laatst of halfsweeg vandoor. De eindsprint verloor ik altijd van hem, We hadden allemaal gewone fietsen, maar de ene fiets zal wel wat lichter getrapt hebben dan de andere. Jij deed ook wel eens mee en reed op een veel te grote herenfiets van oom Cees. Met je ene been moest je tussen het frame door om op beide trappers te komen. Omdat je niet kon zitten zal dat wel heel vermoeiend geweest zijn. Dus dat is al een prestatie op zich, maar het gekke is dat je dat als kind niet realiseerde. De snelste was gewoon de beste. Tinie vertelde ook wel eens mee geweest te zijn en kwam altijd achteraan. Ze fietste dan nog met Piet van Oosten die ook niet zo snel was.
Ook hebben we gefietst op het kopje. Naar boven en bij de eerste afslag naar links naar beneden, wat best wel stijl was, maar gevaar zagen we niet. En dan weer opnieuw naar boven enzovoort tot we het zat waren.
Een hele leuke tijd is dat geweest.
Ik had het hiervoor over een wielerwedstrijd in Santpoort. Dat gebeurde elk jaar in het kader van de Santpoortse feestweek in augustus. We gingen daar altijd een aantal malen heen en genoten dan van de kermis, het ringsteken op het paard en van nog meer leuke dingen.
Zoals geschreven, was het heel knap dat jij op zo een grote herenfiets meedeed. Jij was feitelijk toen al een echte doorzetter. Dat bleek ook op latere leeftijd.
Bijna alles kon jij maken en dat heb je jezelf aangeleerd. Door te kijken, te vragen en vooral te doen. Met veel respect heb ik dat aanschouwd en ook heel knap heb ik gevonden dat je jezelf orgel leerde spelen. Je hebt het notenschrift geleerd en de uitvoering deed je best wel goed. Maar je was ook zo, dat als je ergens geen zin meer in had, dat dan ook niet (meer) gebeurd. Je stopte van de ene op de andere dag met orgelspelen en taalde er helemaal niet meer naar.
Ook met roken stopte jij in een keer. Dat is doorzettingsvermogen!
Zo nu heb ik wel genoeg geschreven en zeg jou tot ziens,
Werner (Wijchen, 9 juli 2010)
Vandaag zou je 65 jaar geworden zijn...
Karin Feb 24, 2010
helma (Mrt 02, 2010)
Ik blijf aan je denken
Vera van der Aar Feb 24, 2010
hoe je liep en hoe je lachte,
hoe je keek, hoe je keek.
Ook je naam blijft altijd bij me,
want van jou is er geen tweede, geen tweede.
En door steeds je naam te noemen,
zal ik jou nooit meer vergeten,
zal je niet voergoed verdwijnen,
ook al krijg ik nooit antwoord
Mijn gedachten laten jou niet in de steek.
Karin (Feb 24, 2010)
Mijn herinnering
Margareth Schoonebeek Apr 28, 2009
Voor mijn dochter Sinterklaas spelen deed mijn broer
Dat voelde goed
Toen zij op vakantie gingen pasten wij op Karin bij mijn broer
Wij gingen op vakantie en Charlotte mocht logeren bij mijn broer
Dat voelde goed
Elke week biljarten bij ons thuis, eerst koffie met koek, serieus biljarten en dan fijne gesprekken met mijn broer
Dat voelde goed
Mama overlijdt, er is veel verdriet en ik vind troost bij mijn broer
Dat voelde goed
En dan wordt hij ziek, hij vecht maar verliest de strijd.
Nu is hij overleden, mijn broer
En dat voelt………